Heupprothese

Gewrichtsslijtage komt bij veel mensen voor. In medische termen heet dat artrose en het kan in alle gewrichten voorkomen. De gladde kraakbeenlaag van het gewricht kan slijten en uiteindelijk helemaal verdwijnen. De gewrichtsvlakken kunnen daardoor niet meer soepel langs elkaar glijden. Bewegen wordt steeds moeilijker en pijnlijker.

Maak direct een afspraak

Met één van onze specialisten

Gewrichtsslijtage komt bij veel mensen voor. In medische termen heet dat artrose en het kan in alle gewrichten voorkomen. De gladde kraakbeenlaag van het gewricht kan slijten en uiteindelijk helemaal verdwijnen. De gewrichtsvlakken kunnen daardoor niet meer soepel langs elkaar glijden. Bewegen wordt steeds moeilijker en pijnlijker. Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen en daarom is er op latere leeftijd vaak sprake van artrose, waarbij de kraakbeenlaag wordt aangetast en het onderliggende bot gedeeltelijk bloot komt te liggen. Boven de 50 jaar begint het kraakbeen te verminderen. Ook reuma en een aangeboren heupafwijking vergroten de kans op artrose.

De meest voorkomende klacht bij slijtage van de heup is pijn. U voelt pijn in de lies, de bilstreek en het trekt door naar het bovenbeen en in de knie. U voelt dat het gewricht stijver wordt en dat opstaan en ver lopen steeds minder goed gaan. Tevens kan er 's nachts pijn ontstaan en kan het moeilijker worden om te lopen, te bukken en de trap op te lopen. Deze klachten nemen toe als de slijtage verergert.

Diagnose en onderzoek

De orthopedisch chirurg stelt de ernst van de slijtage vast door lichamelijk onderzoek en röntgenfoto's. Wanneer de slijtage erger wordt, verergeren vaak ook de klachten. U kunt in aanmerking komen voor een heupprothese: meestal wordt eerst geprobeerd met medicatie en fysiotherapie de pijn te verminderen.
Omdat een prothese geen onbeperkte levensduur heeft, stellen we de operatie bij jonge patiënten zo lang mogelijk uit. Samen met uw behandelend orthopeed bepaalt u of en wanneer u aan een operatie toe bent. 

Niet-operatieve behandelingen

Er zijn diverse manieren om de klachten tegen te gaan, zonder meteen te opereren. Zo kan een ontstekingsremmend medicijn gedurende een bepaalde periode soelaas bieden en kan fysiotherapie helpen om spieren en mobiliteit te trainen tot het maximaal haalbare. Ook injecties met een onstekingsremmer of een kraakbeenpepmiddel kunnen tijdelijk een positief effect hebben.

Operatie

Er zijn twee verschillende manieren waarop de heupprothese geplaatst kan worden. Bij een gecementeerde heupprothese wordt een opening in het heupkapsel gemaakt en wordt na het verwijderen van de heupkop, met een cementlaag het nieuwe kommetje in de oude kom vastgeplakt. De steel van de prothese wordt met cement in het bovenbeen geplaatst. De prothese zit direct vastgeplakt en de kop wordt in de kom geplaatst, en wordt er getest op beenlengte en stabiliteit.
Bij een ongecementeerde heupprothese wordt, na het verwijderen van de heupkop, een ingroeikommetje in de oude kom bevestigd en een ingroeisteel in het bovenbeen geplaatst. De prothese zit klemvast in het bot. Daarna gaat de kop in de kom en wordt er getest op beenlengte en stabiliteit. Het ingroeiproces doet direct zijn werk en na enkele weken zit de heupprothese definitief vast.

Op de dag van de operatie wordt een rontgenfoto van de heup gemaakt om de positie van de kom en steel te beoordelen.  

Hoe lang uw nieuwe heup meegaat, hangt onder meer sterk af van uw activiteiten. Zware lichamelijke inspanning en overgewicht kunnen de levensduur beperken. Vraag hierover advies aan uw orthopedisch chirurg.  

Slijtage van het materiaal komt soms voor. De levensduur van de prothese wordt in het algemeen beperkt doordat een van de onderdelen los gaat zitten. De kans hierop is gering. Loslating gebeurt over het algmeen pas na 15 jaar, soms helemaal niet.

Na de operatie blijft u nog een of twee nachten in het ziekenhuis. Op de eerste dag na de operatie verzorgt u zichzelf op bed, met hulp van de verpleegkundige. De fysiotherapeut komt met u oefenen en begeleidt u bij het lopen met een loophulpmiddel. Het is namelijk belangrijk dat u zo snel mogelijk start met de revalidatie. U draagt daarbij gemakkelijk zittende kleding en goede stevige schoenen. U doet zo snel mogelijk alles weer zelf. Of u weer naar huis kunt, hangt ervan af of u aan deze criteria voldoet:  

  • u heeft geen wondcomplicaties
  • u kunt zelfstandig 25 meter lopen met hulpmiddelen
  • u kunt zelfstandig in/uit bed komen
  • u kunt zelfstandig naar het toilet gaan
  • u kunt zichzelf zelfstandig wassen
  • u kunt trappen lopen
  • daarnaast is het belangrijk dat eventuele extra hulp/aanpassingen thuis zijn geregeld.

Wanneer de verpleegkundige, uw arts en de fysiotherapeut hebben vastgesteld dat u hieraan voldoet, kunt u naar huis. De eerste vijf of zes weken na uw operatie gebruikt u thuis nog bloedverdunners om de kans op bloedstolsels te verkleinen.

Thuis herstellen en oefenen

Wanneer u eenmaal thuis bent, zult u wellicht merken dat het geopereerde been wat dikker wordt. Dit is een gevolg van de operatie. Door vaak kleine stukjes te lopen en uw oefeningen te doen zal de zwelling afnemen. Ook koelen met een ijspakking (niet direct op de huid) kan helpen. U mag op beide zijden slapen (met een kussen tussen de knieën), maar de eerste drie weken kunt u het beste op uw rug slapen.

U hoeft geen fysiotherapie te hebben na het plaatsen van uw heupprothese, tenzij anders met u besproken in het ziekenhuis. U kunt zelf revalideren door de oefeningen die u zijn aangeleerd uit te voeren. Het is belangrijk dat u goed kunt oefenen, dus bouw uw pijnmedicatie niet te snel af. De eerste drie tot zes weken loopt u met twee elleboogkrukken. U mag de heup meteen volledig belasten.

Controle

U komt na zes weken, een jaar en vijf jaar na de operatie op controle in het ziekenhuis. Er wordt dan onder meer een röntgenfoto van uw heup gemaakt. Ook kunnen we u vragen om deel te nemen aan een kwaliteitsonderzoek door middel van een vragenlijst of een wetenschappelijk onderzoek. In dat geval worden er op de polikliniek metingen verricht aan uw heup en beantwoordt u gedurende een bepaalde tijd vragenlijsten, die u toegestuurd krijgt.

Net als bij ieder operatie kunnen ook bij het plaatsen van een heupprothese complicaties optreden. Zo kan sprake zijn van een nabloeding of een infectie. Ook kan de kop van heupprothese uit de kom schieten; de kans hierop is klein (0,6%) maar als het gebeurt dan vaak binnen de eerste drie maanden na de operatie. Houdt u zich daarom goed aan de instructies van de fysiotherapeut en let goed op bij het revalideren. Daarnaast kan er een verschil in beenlengte optreden, kan er trombose optreden en kan er zenuwbeschadiging (verlamming van het been) optreden. Na langere tijd kan de heupprothese loslaten.

Ook in de toekomst blijft de kans op infectie bestaan. Als u in de toekomst een operatie of tandheelkundige ingreep moet ondergaan, is het belangrijk dat u uw huisarts, tandarts of specialist van tevoren inlicht dat u een gewrichtsprothese heeft. 

De kans op complicaties bij een operatie is groter als u rookt. Door roken geneest de wond minder goed en heelt het bot minder snel. We adviseren u dan ook om te stoppen met roken voor een voorspoedig herstel. Doe dat minimaal vier weken voor tot vier weken na de operatie. Stoppen met roken heeft meteen voordelen voor uw gezondheid.

Heeft u last van de volgende klachten na de operatie? Neem dan contact op met Bravis Orthopedie.

  • De pijn in het operatiegebied neem toe
  • De wond is vurig rood
  • U heeft koorts
  • De zwelling van uw been neemt toe en daarbij heeft u een glanzend en pijnlijk onderbeen
  • De wond blijft lekken
  • U kunt uw geopereerde been niet meer belasten
  • Het been is rood of blauw van kleur